Kleine filosofen hadden we afgelopen zaterdag in de ruimte. Bij aanvang zei Ruben dat hij niet van filosofie houdt. Op school was hij de wc’s in gevlucht toen er alleen maar gepraat werd. Toen de Knappe Koppies op zijn einde liep dacht hij er heel anders over. Hij vond het heel heel erg leuk!¬†En zo ook de andere kinderen.
‘Wijs zijn is dat je voor het goede kiest,’ zei Emma toen we bespraken dat filosofie zoiets als ‘wijsbegeerte’ is. Wat een wijze uitspraak ūüôā
We lazen het boek ‘Wij zijn tijgers’ van Edward van de Vendel. Ruben stelde voor dat hij zou voorlezen. Dat wilden Emma en Sjakie ook wel. Zo lazen ze afgewisseld voor. Drie dieren uit het boek vermomden en gedroegen zich als tijgers. Maar ze konden niet alles wat de tijger kon. En andere dingen, zoals bomen klimmen konden ze weer wel, terwijl de tijger daar niet verder kwam. Ik vroeg de kinderen waar het boek over ging. ‘Dat je gewoon een tijger kunt zijn,’ zei Sjakie.
‘Dat je alles kunt zijn,’ zei Demi met haar armen gespreid. We bespraken hoe dit zat. In je fantasie kun je van alles zijn. Wanneer ben je echt iets anders geworden?
De kinderen vonden het heerlijk om een dier te bedenken dat ze wilden uitbeelden en door de anderen laten raden. Er kwamen adelaars, panda’s, cobra’s en papegaaien voorbij. De kinderen mochten geen geluiden erbij maken en dus was het af en toe wel even moeilijk en werden er allerlei vragen gesteld. Wat maakt dit dier nou anders dan de rest? Er kwamen open en gesloten vragen voorbij. De open vragen en het vragen om een hint leverde de meeste informatie op.
‘Mag je ook gewoon IETS zijn?’ vroeg Demi. Dit werd even gecheckt bij de groep en iedereen was het ermee eens dat ook dit mocht. Zo beeldde Sjakie even later op prachtige¬†wijze een duikplank uit. Cato moest even over de streep worden getrokken, maar durfde samen met Yvonne ook uit te beelden en had er zichtbaar plezier in. Thomas was een kikker? Nee was hij toch een schildpad? Of nee, het was een inktvis!
Eigenlijk wilden de kinderen nog doorgaan met van alles uitbeelden, maar we hadden toch ook wel een beetje dorst gekregen en ook zin in het programma na de pauze.

Na de pauze ging de klassieke muziek aan en mochten de kinderen met krijt en potlood op het blad los gaan.
Emma begon over kunst en toen haar de vraag werd gesteld wat kunst dan eigenlijk was, beschreef ze dat het iets is wat je maakt en het hoeft niet mooi te zijn. Je kunt ook krassen en het kunst noemen.
De muziek ging aan en de ogen dicht. Sjakie, Thomas en Ruben zaten er al snel ¬†in. En¬†tekenden lekker op hun gevoel en het ritme van de muziek. Cato kreeg wat begeleiding en samen lukte dat heel goed. Al snel deed ze het zelf. Mooi om te zien. Emma en Demi tekenden ook, lekker met de muziek als inspiratie. Het werden vooral poppetjes, hartjes en bloemen. Ruben had het even moeilijk toen hij zijn ogen weer opendeed. Hij vond het lelijk, het stelde niets voor en ‘ik bak er niets van’. Hij wilde een nieuw papier. We grepen terug op dat kunst ook niets voor hoeft te stellen en zelfs niet mooi hoeft te zijn. Ruben liet dit even tot zich komen, maar nee dat hielp hem nog niet voldoende.
‘Je kunt tekenen net als een dirigent zijn muziek aanstuurt. Heb je dat weleens gezien Ruben?’
Ja, hij deed met zijn krijtje de bewegingen na en dat leek goed te voelen. Toch was het nog lelijk. ‘Weet je,’ zei Emma, ‘soms maak ik een kras en dan kan ik daar toch nog iets van maken wat ik wel mooi vind.’
Deze twee dingen hielpen Ruben. Vol overgave stortte hij zich op de muziek, koos een potlood en ging als een dirigent te werk. Met zijn ogen dicht. Emma, die eigenlijk nog aan het ‘mooi tekenen’ was liet dat nu ook los.
‘Ik heb ‘De ingang der toekomst’ getekend vertelde Ruben toen hij zijn ogen weer open had. ‘Dit is het oog waar je naar binnen gaat.’ Wat een goed proces was dit. De weerstand en overwinning. Erg fijn om mee te maken, vond ik.
Sjakie zag in zijn werk een achtbaan met verschillende loopings.
Ook Demi was overgestapt van het tekenen van figuurtjes naar op haar gevoel tekenen. Het blad vulde zich. ‘Ik hou nu nog meer van buiten de lijntjes tekenen dan van erbinnen,’ zei ze spontaan.
Thomas hield samen met Yvonne zijn werk op zijn kop en zocht naar waar hij betekenis kon geven aan zijn werk.
Na een poosje was hij echt klaar. Het was af. Ik nam hem mee naar de yogamatten en daar bespraken we aan de had van Praatplaatjes een aantal onderwerpen. Ook Sjakie kwam even later meedoen.
‘Kun je met een knuffel vrienden zijn?’ vroeg ik en liet hem een plaatje van een knuffelbeer zien. Hij vertelde over zijn knuffels en hoe zacht en lief hij ze vond. Ja, Thomas was ervan overtuigd hij vond ze zo lief dat ze vrienden waren. Dezelfde vraag stelde ik even later aan Sjakie, die het antwoord van Thomas nog niet had gehoord. ‘Ja, ik vertrouw mijn knuffel echt. Ik kan hem alles vertellen. En vrienden vertrouwen elkaar.’ Wat mooi uitgedrukt, lieve Sjakie.
‘Kun je ook vrienden zijn met een zwerver?’ Thomas vroeg het zich ook af. ‘Wat denk jij?’ vroeg hij aan mij. ‘Goeie vraag…’ gaf ik hem weer terug.
‘Nou, nee ik denk het niet.’
‘Misschien niet. Waarom niet?’
‘Nou, ik denk gewoon als iemand geen huis heeft… Ik weet het niet.’
Sjakie kwam ons weer opzoeken. ‘Wat denk jij, Sjakie, kun je met een zwerver vrienden zijn?’
‘Nou, misschien is die zwerver wel heel aardig. Ook zwervers kunnen gewoon aardig zijn,’ zei Sjakie.
‘En een vriend is aardig,’ vulde¬†Thomas aan.
‘Ja, dus dan kan het wel,’ zei Sjakie. ‘Hij heeft misschien wel heel lang haar en een baard.’
‘Moet een vriend hetzelfde zijn als jij?’
‘Nee,’ zei Thomas stellig. ‘Ik heb een vriendin en dat is dus een meisje…’.
Je kunt dus heel anders zijn en toch vrienden zijn. Ook met dieren kun je goede vrienden zijn. Wat een fijn gesprek met deze mannen!

We sloten de bijeenkomst af in een kring met zijn allen en wat gingen er interessante werken mee naar huis. Yvonne en ik hebben weer genoten.
Volgende week een weekje KK-vakantie. 2 maart zien we elkaar om 14 uur voor de 6- en 7-jarigen en om 15.30 voor de 8- en 9-jarigen. Fijne week!

*Namen werden aangepast