Wiebelbillen en potloodknagers
De leerkracht geeft de instructie al heen en weer lopend met het boek in de hand. Tijdens het vertellen peilt ze over haar boek heen kijkend hoe de kinderen op haar reageren. En dan merkt ze iets op. Timon speelt met een stukje lego. ‘Waar heeft hij dat nou weer vandaan?’ is wat ze waarschijnlijk denkt. Ze buigt zich voorover terwijl ze nog zinnen blijft oplezen en pakt het legoblokje bij hem weg.
Als kinderpsycholoog doe ik geregeld een schoolobservatie. En vandaag ben ik in groep 4 om een zo goed mogelijk beeld van Timon en zijn functioneren te krijgen.
Ik kan alleen maar raden wat de juf dacht toen zij het legoblokje bij hem wegnam. In principe is er ook éigenlijk niet zoveel mis met wat ze deed. Als leerkracht wil je in een instructie- of voorleesmoment dat de aandacht op jou gericht is. En afleidbaarheid wil je dan tegengaan door prikkels weg te nemen. Maar wat ik zag was een jongen die goed oplette en tegelijkertijd met zijn vingertoppen het reliëf van een legoblokje op zich in liet werken. Een jongen die het misschien wel nódig had om dat te voelen om bij de les te blijven.
Ik heb altijd een gevoel van ‘ga er maar aan staan’ als ik een leerkracht voor de klas zie staan met dertig kinderen met allemaal hun eigen persoonlijkheid, gedragingen, gevoelens en leerbehoeften. Geen gemakkelijke opgave.
Zelf geef ik sinds een paar maanden ook een soort les: uitdagende bijeenkomsten voor jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Mijn bijeenkomsten lijken niet op die van een klassenstructuur, maar ik heb wel te maken met groepen kinderen en al die losse identiteiten met hun eigen persoonlijkheid, gedragingen etc. Terugkijkend op de afgelopen bijeenkomsten, vanaf mijn start tot nu, heb ik gemerkt dat één bepaalde factor erg belangrijk is om in het vizier te houden. Namelijk: waar zitten de kinderen in hun zintuiglijke prikkelverwerking?
Soms moet ik delen van mijn programma loslaten en er iets anders voor in de plaats improviseren. Het gaat om ‘voelen’. Daarvoor moet je je plannen en je denken even kunnen parkeren om te kunnen afstemmen wat er op dat moment het meest geschikt lijkt, voor dit groepje kinderen. Of zelfs: als activiteit voor dit individuele kind tijdens deze groepsopdracht.
Ik wil de wiebelbillen en potloodknagers begrijpen.

Wat bedoel ik met zintuiglijke prikkelverwerking?
Dat zal ik uitleggen. Daarbij geef ik eerst een boekentip: ‘Wiebelen en friemelen in de klas’ geschreven door Monique Thoonsen en Carmen Lamp (uitgeverij Pica).
Zeker mensen die zich bezighouden met ‘hoogsensitiviteit’ weten vaak wel wat ‘overprikkeling’ is. Wanneer de portier van je prikkelverwerking bijna alle prikkels verwelkomt als ‘very important’ en zeer interessant, dan komen deze prikkels met veel tamtam binnen. De hersenschors krijgt dan enorm veel te verwerken en dan kan het zijn dat je die prikkels véél te sterk voelt. Deze kinderen voelen misschien wel de hele dag dat hun onderbroek niet helemaal goed zit en geluiden klinken zo hard dat ze schrikken als iemand zijn stoel achteruit schuift. Een gesprek voeren tijdens het inschenken van een drankje lukt niet, want dan komt het drinken naast het glas terecht. De kou van het pak drinken voelen ze te goed en ze schrikken van de poes die ineens hun been raakt.
Het is heel vermoeiend als je overspoeld wordt door zoveel prikkels.
Wat mensen vaak minder goed kennen is ‘onderprikkeling’. dit kun je zien als een streng deurbeleid in je hersenen. Veel prikkels worden als saaie, vaste klanten gezien. Er worden nauwelijks VIP-pasjes uitgedeeld.
Deze kinderen hebben een heleboel niet in de gaten. Een schaafwond merken ze nauwelijks op, ze horen het vaak niet wanneer ze geroepen worden en deze kinderen lezen ook vaak hardop bij het stillezen.
In beide gevallen kun je in de klas een kind zien dat zich niet goed kan concentreren. In het geval van overprikkeling schrikt het kind van onverwachte geluiden en blijft hier dan nog een tijdje hyper van. Hij hoort gesprekken tussen andere kinderen en kan de neiging hebben daarop te willen reageren. Het kind kan het zoemen van de computer of het tikken van de klok horen en daardoor de uitleg van de leerkracht missen.
Het onderprikkelde kind droomt weg, ook in een drukke klas. Hij is wat sloom en kan moeilijk alert blijven.
Maar, nu heb ik het belangrijkste nog niet verteld. Dat wat ik echt een eye opener vind en denk ik voor iedereen die met kinderen werkt fijn is om te weten.
Je kunt de over- en onderprikkelde leerling observeren en zien of hij in actie komt: hij probeert de prikkelbalans te herstellen. Of dat hij niets doet: de situatie overkomt hem.
In het bijzonder wil ik de onderprikkelde leerling die in actie komt belichten. Deze leerling praat extra veel, beweegt veel en intens, kauwt op van alles en nog wat, is hyper en erg enthousiast, wil alles en iedereen aanraken en verveelt zich snel. Door te bewegen voelt deze leerling zich beter en kan hij beter opletten. Zijn lichaam dut in door te lang stilzitten. Terwijl ik dit schrijf heb ik echt met ze te doen. Met Timon en alle Timon-alikes. Wanneer zo’n kind zichzelf activeert en dus eigenlijk de goede strategie inzet om te zorgen dat hij niet in de slaap-modus gaat, hebben leerkrachten en ouders vaak last van hem. Ze zien een kind dat friemelt en kletst, druk en impulsief is.
Tegen deze leerling kun je niet zeggen ‘Zit stil en let op!’ want zodra hij stil blijft zitten zakt hij weg en kán hij helemaal niet meer opletten. Wanneer je dit doorhebt als leerkracht/ouder/ begeleider kun je tegen jezelf zeggen: dit gedrag werkt in zijn voordeel dus zolang het niemand erg stoort kan ik het zo laten.

Wanneer moet je dan wel ingrijpen bij de onderprikkelde leerling?
Als je een leerling ziet die sloom op zijn tafel hangt, die niet echt op de omgeving reageert en informatie mist. Deze kinderen kun je een activerende strategie aanbieden. Deze strategieën ga ik hier niet allemaal bespreken. Die kun je bijvoorbeeld lezen in het boek ‘Wiebelen en friemelen’ en een aantal lezers zullen er vast zelf ideeën bij hebben.
En hoe zit het dan met de overprikkelde leerling?
Ook deze kinderen kun je observeren en daarbij een onderscheid maken tussen of het kind probeert de prikkelbalans te herstellen of dat de situatie hem overkomt.
Het overprikkelde kind dat in actie komt wil bepalen wat er gebeurt, trekt zich graag terug (bijvoorbeeld op de speelplaats), trekt een capuchon over zijn hoofd en droomt weg. Ook kunnen deze kinderen bazig doen, nieuwe situaties vermijden en moeite hebben met overgangen. De wereld kan voor deze kinderen bedreigend zijn. Hij kan het allemaal beter aan als hij niet verrast wordt door onbekende prikkels. Dat hij probeert zoveel mogelijk zelf te bepalen is eigenlijk heel vaardig. Dat vind ik een fijn inzicht. Hij zoekt zijn weg en brengt structuur voor zichzelf aan. Ik denk dat je in deze situatie pas hoeft in te grijpen als het tot problemen lijdt in het contact met leeftijdgenoten.
De overprikkelde leerling die niets doet, die mag geholpen worden. Dat is wanneer het hem allemaal overkomt en hij zelf niets doet om de wereld voorspelbaar en draaglijk te maken.
Je herkent ze aan: hyper en gestresst zijn, mopperen over geuren en geluiden, snel boos en explosies van emoties. En de leerling houdt alles in de gaten. Je ziet dan dus een inflexibel, gestresst kind.
Een ontspannende techniek aanbieden is dan belangrijk. Goed afstemmen op wat het kind nodig heeft om weer rustig te worden.
Wiebelkussens, twiddles en tangles
Ik zou nog een hoop kunnen vertellen over onder- en overprikkeling en mijn eigen ervaringen, maar dan wordt de blog te lang. Wat ik wilde delen was hoe het kijken naar en inspelen op de prikkelverwerking van kinderen je kan helpen om ze beter te begrijpen.
Om kinderen te helpen de onderprikkeling de baas te worden zijn er allerlei attributen te koop. Ik heb zelf twee tangles van Uitgeverij Pica gekregen zodat ik zelf mijn mening kon vormen. Ik nam ze mee op schrijfvakantie en ik vond het heerlijk om eraan te friemelen tijdens het uitdenken van nieuwe verhalen. Het verhoogde mijn concentratie. Als je je nu afvraagt wat een tangle is… zie foto.
Tot slot wil ik nog even noemen dat natuurlijk niet alleen kinderen snel onder- of overprikkeld kunnen raken, ook jij als volwassene hebt een bepaald patroon van zintuiglijke verwerking. En dat heeft ook weer zijn invloed op hoe geduldig je met de over- of onderprikkelde leerling om kan gaan. Fijn om je daar bewust van te zijn!

Leuk dat u mijn blog las. Op mijn website zijn namen altijd aangepast. Ik heb mijn psychologiepraktijk in Haarlem. Neem gerust een kijkje op mijn website om te zien wat ik zoal doe. Reageren op deze of andere blogs mag ook altijd.
- Lees ook hoe ik met het groepje Knappe Koppies de bijeenkomst over Zintuigen ervaarde
- Of hoe ik het vertrouwen won van een kwetsbaar maar sterk mannetje. In ‘De stem van het kinderhart’.
Zo leuk om te lezen dat ik onze dochter duidelijk herken in het onderprikkelde kind, terwijl ik zelf duidelijk sterk last heb van overprikkeld zijn. Dat vind ik best een lastige combinatie.
Voor haar hebben we onlangs een Tangle aangeschaft, die zowel zij als mijn vriend heel fijn vinden, terwijl ik er bloednerveus van wordt. Het irriteert me ontzettend.
Fijn geschreven! Dank je wel. Het boek staat op ons verlanglijstje. We lezen momenteel een ander thema-boek 😉
Fijn dat er herkenning is. Welk boek lezen jullie nu?
Wat een herkenning. Zowel de onder- als overprikkeling. Mooi geschreven Mirjam! Weet je dat dit alles ook te maken heeft met het energieveld van deze kinderen? En of ze aanwezig zijn (thuis) in hun lichaam, of dat ze hun huis verlaten hebben. Zoals jij het de slaap-modus noemt. Ze willen dus letterlijk hun lichaam blijven ‘voelen’, door te voelen, te wiebelen en friemelen. Ze hebben dit nodig om ‘thuis’ te kunnen blijven. Aanwezig in hun lichaam en op die manier hun energieveld in de juiste stand weten te houden.